Vennootschapsbelasting herzien

VVPRbis: dividenden uitkeren aan 18% — vijf vragen die je eerst moet stellen

In het kort

Sinds 2026 stijgt het VVPRbis-tarief van 15% naar 18% roerende voorheffing. Niet elke vennootschap valt onder dit regime — en niet altijd is vervroegd of versneld uitkeren de slimste zet. Vijf vragen helpen je de juiste beslissing te maken.

In het kort

Het VVPRbis-regime laat kleine vennootschappen toe om dividenden uit te keren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing. Dat tarief stijgt van 15% naar 18% als gevolg van de Arizona-hervorming (programmawet 2026), met ingang vanaf 2026 en een overgangsperiode voor bestaande vennootschappen. Of het slim is om snel nog uit te keren, hangt af van vijf concrete vragen — panikeren is zelden de juiste strategie. Wie panikeert, maakt soms duurdere fouten dan die 3% extra belasting.


Eerst even de feiten

De krantenkoppen waren niet mals: “Dividendbelasting stijgt naar 18%!” En dus krijgen we de voorbije weken telkens dezelfde vraag: “Moeten we nu snel nog uitkeren?”

Het eerlijke antwoord: misschien wel, misschien niet. Want wie panikeert, maakt soms duurdere fouten dan die 3% extra belasting.

Het gunstige dividendtarief van 15% stijgt naar 18%. Dit geldt voor dividenden die vallen onder het zogenaamde VVPRbis-regime — een regeling waarmee kleine vennootschappen dividenden aan een verlaagd tarief kunnen uitkeren.

De maatregel gaat in vanaf 1 januari 2026, met een overgangsperiode voor bestaande vennootschappen. Toch kan het lonen om nu al na te denken — maar dan wel met de juiste vragen.


Valt jouw vennootschap wel onder VVPRbis?

Niet elke vennootschap kan van dit regime genieten. Deze analyse geldt enkel voor kleine vennootschappen die aan álle onderstaande voorwaarden voldoen:

VoorwaardeDetail
OprichtingTussen 1 juli 2013 en 31 december 2021
KapitaalverminderingenGeen in het verleden
ReservesEffectief uitkeerbare reserves aanwezig
LiquidatiereserveNiet alles is al ondergebracht in liquidatiereserve

Vennootschappen buiten dit kader hoeven deze oefening niet te maken. Voldoe je niet aan al deze voorwaarden? Dan is de rest van deze analyse niet op jouw situatie van toepassing. Twijfel je of je eronder valt? Laat het controleren vóór je een beslissing neemt.


Vijf vragen vóór je beslist

1. Heb je het geld eigenlijk wel nodig?

Een dividend uitkeren betekent: geld uit de vennootschap halen. Dat geld is dan weg — ook voor investeringen, voor buffer, voor opportuniteiten die later komen.

Stel jezelf de eerlijke vraag: “Zou ik dit dividend ook uitkeren als er geen tariefwijziging op komst was?”

Zo nee, dan is de beslissing misschien meer emotie dan strategie.

2. Kan je vennootschap het financieel aan?

Je mag niet zomaar dividenden uitkeren. De wet verplicht je om vooraf te checken of de vennootschap nadien nog haar schulden kan betalen — dat heet de liquiditeitstest.

Uitkeren terwijl de kas krap staat is niet alleen onverstandig: als bestuurder kan je daarvoor persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.

Praktische nuance: zelfs als je niet genoeg cash hebt om het volledige dividend uit te keren, kan je het verschil laten staan als vordering op je vennootschap in plaats van het effectief uit te keren, als je beslist dit uit te keren. Dat is een legale tussenoplossing, maar met eigen gevolgen. (Zoals fiscaal expert Jef Wellens in De Tijd aangeeft.)

3. Wat kost die extra 3% roerende voorheffing nu eigenlijk?

Laten we het even concreet maken bij een dividend van € 50.000:

ScenarioTariefRoerende voorheffingNetto ontvangen
Oud tarief (historisch)15%€ 7.500€ 42.500
Nieuw tarief (2026)18%€ 9.000€ 41.000
Verschil+3%€ 1.500 meer€ 1.500 minder

Relevant? Zeker. Reden tot paniek? Niet per se — zeker niet als je daardoor andere voordelen verspeelt of jezelf in liquiditeitsproblemen werkt.

4. Zijn er neveneffecten waar je niet meteen aan denkt?

Een dividenduitkering verlaagt je eigen vermogen. Dat kan gevolgen hebben die je niet meteen ziet:

  • Minder ruimte voor investeringen of fiscale aftrekken in de toekomst
  • Impact op de interesttoerekening van je rekening-courant
  • Minder mogelijkheden voor taxshelters of andere optimalisaties
  • Lagere waardering bij een latere verkoop van de vennootschap — we moeten immers ook een foto maken eind dit jaar van je zaak: uitkeringen = lagere waarde, dus eventueel een grotere meerwaarde belastbaar aan 10% (een lagere reserve = hogere belastbare meerwaarde)
  • Kredietwaardigheid t.o.v. de bank daalt: banken zien een lagere buffer, met mogelijk geweigerd krediet of een hogere rentelast als gevolg

Soms kost “nu alles uitkeren” op termijn meer dan die 3% extra belasting.

5. Wanneer is vervroegd uitkeren wél zinvol?

Een dividenduitkering vóór (of vlak na) de tariefverhoging kan overwogen worden wanneer:

  • de uitkering sowieso al op korte termijn gepland was;
  • de liquiditeitspositie dit zonder spanning toelaat;
  • er geen neveneffecten zijn op andere fiscale of financiële optimalisaties.

Ons advies

Niet panikeren. Niet blind uitkeren. Wél nadenken.

In veel gevallen is een gedeeltelijke uitkering — of zelfs uitstel — minstens even slim als alles nu uitkeren. Elke situatie is anders, en de juiste keuze hangt af van jouw liquiditeit, jouw plannen en het volledige fiscale plaatje.

Overweeg je een dividenduitkering en valt je vennootschap binnen het VVPRbis-regime? Neem contact met ons op. We bekijken samen wat mogelijk en verstandig is — rekening houdend met je liquiditeit, je plannen, en het volledige fiscale plaatje.


Wettelijke basis: art. 269 §2 WIB 1992, zoals gewijzigd door de programmawet 2026 (Arizona-hervorming), op basis van de aangekondigde wijzigingen uit het begrotingsakkoord van november 2025. Zoals besproken in het seminarie “Update vennootschapsbelasting – Aanslagjaar 2026” (Donald Vandenberghe, 2026) en “Liquidatiereserve vs. VVPRbis” (Maxime Vandemaele, VGD).

Hulp op afstand